Alice Kyteler

Kilkenny, Ierland, 3 november 1324. 

 Het was een kille dag. De beul moest vanwege de motregen twee kruiken extra olie op de brandstapel gieten.

Alice Kyteler hield de hand van Petronilla’s dochtertje stevig vast. Haar vingers waren ijskoud en de tranen biggelden over haar wangen. Ze wist dat ze niet hardop kon huilen, want waarom zou ze janken als een gemene heks verbrand werd?

Alice trok de rafelige kap over haar kroezige rode haar, smeerde de modder en varkenspoep wat verder over haar gezicht uit. Aan de andere kant van de brandstapel stond Alice’s aartsvijand, Richard Ledrede. De bisschop had zijn vergulde staf bij zich en droeg zijn rijk versierde soutane hoewel hij zijn mijter blijkbaar thuis had gelaten. De kans dat hij haar herkende was minimaal: het was ondenkbaar dat een trotse edelvrouw als Alice lompen zou dragen. Richard Ledrede had Alice van ongeveer elke schandelijke daad in de wereld beschuldigd, maar de aanklacht dat ze een ketter en heks was woog toch het zwaarst.

Alice was verdwenen voordat de bisschop haar had kunnen laten arresteren. Uiteindelijk had hij zijn frustratie gebotvierd op Alice’s dienstmaagd Petronella. Zij werd gearresteerd, gemarteld en ten slotte tot de brandstapel veroordeeld. In de ogen van de bisschop had hij in ieder geval één heks te pakken gekregen. 

Ineens sprongen de vlammen hoger op en tikten Petronilla’s blote voeten aan.

Er was maar één ding dat ze nog kon doen. Alice greep haar Sheela-na-gig vast, het oeroude Keltische amulet met de vrouwenkop en wijd opengesperde vulva. 

‘Lasair, dóigh geal in ainm Artson’ sprak ze de spreuk in Gaelic. ‘Vlam brand helder, in Artson’s naam!’ en voegde in het Engels toe:  ‘Heter, ja, dan hellevuur!’ Ineens sprongen de vlammen op, zo witheet dat het was alsof Alice recht in de zon keek. Petronilla slaakte niet meer dan een verbaasd kreetje en het was voorbij.

Alice neemt Basil, het dochtertje van Petronilla, mee. De reis van Kilkenny naar Newgrange duurt zes dagen. Arnold heeft gezorgd voor de valse papieren zodat ze onbekommerd kunnen reizen.

Op de zevende dag komen ze aan bij de grote ronde Newgrange waar ze kunnen reizen naar De Cirkel.

Uit het noorden, het element aarde,

wees welkom, Godin eerwaarde.

De fertiliteit en stabiliteit die u symboliseert

worden in deze cirkel gewaardeerd.

Breng uw bescherming en manifestatie,

  zo snel mogelijk naar deze locatie.

Alice voelt hoe ze gedragen wordt door de aarde. Aarde is aanwezig in de cirkel. Daarna loopt ze naar het oosten en plaatst een gele steen:

Uit het oosten, het element lucht,

wees welkom, Godin geducht.

De kennis en beweging die u symboliseert,

worden in deze cirkel gewaardeerd.

Breng uw bescherming en manifestatie,

zo snel mogelijk naar deze locatie. 

Ze wacht af en voelt een bries in haar haar. Lucht is aanwezig. Vervolgens loopt ze naar het zuiden en legt een rode steen op de grond:

Uit het zuiden, het element vuur,

wees welkom, Godin o zo puur.

De energie en wilskracht die u symboliseert,

worden in deze cirkel gewaardeerd.

Breng uw bescherming en manifestatie,

zo snel mogelijk naar deze locatie. 

Ondanks de kou van november voelt ze de warmte van het element op haar huid. Uiteindelijk gaat ze naar het westen en plaatst de blauwe steen:

Uit het westen, het element water,

Wees welkom, Godin Alma Mater.

De liefde en emoties die u symboliseert,

worden in deze cirkel gewaardeerd.

Breng uw bescherming en manifestatie,

Zo snel mogelijk naar deze locatie. 

Een traan rolt langzaam langs haar neus naar omlaag en in haar mond. Na de aankomst van water gaat Alice in het centrum staan. 

Ik ben Alice Kyteler, origineel afkomstig uit Vlaanderen.

Ik bied het bloed aan, afkomstig uit mijn aderen.

De Cirkel opent zich en voor haar liggen alle mogelijke werelden, een wirwar van aardbollen en op elke wereld is de geschiedenis net iets anders verlopen. 

Alice trekt haar athame, haar heilige mes, en snijdt een jaap in de muis van haar duim. 

Bloed, de prijs van krachtige magie is altijd bloed. Je eigen machtige Kyteler-bloed. Ze stuurt het bloed naar de wereld die nog teer als spinrag is, niet meer dan een zeepbel.

 ‘Nu maak ik je echt. Ik geef je mijn bloed, mijn heksenkracht.’

Ze ziet de druppels wegzweven en de nieuwe wereld weven. In De Cirkel verschijnt langzaam een gloednieuwe poort. Ze ziet groen schemeren, snuift de geur van nieuwe onbekende bloesems op.

Ze heeft geen flauw idee wat voor land ze daar zal vinden maar het zal er één zonder kerken zijn, zonder bisschoppen of brandstapels.

Ze pakt Basil op en stapt haar nieuwe wereld binnen.

Artson wacht haar op. De bisschop heeft hem ooit een demon genoemd, maar Alice weet dat het onzin is. Hij is iets volslagen anders, geen duivel of engel, maar een wezen dat haar liefheeft. Meer hoeft ze niet te weten.

‘Dit is jouw wereld,’ zegt hij. ‘Elke grashalm en mus is tastbaar en levend, maar het kan niet bestaan zonder jouw bloed. Jouw bloed en dat van je nakomelingen. Zonder dat verdort het gras en eindigt de hele wereld in een levenloze woestijn.’ 

Alice begrijpt dat het een waarschuwing is.

Curaçao, 3 november 2017

Greet slaat de deur van haar tweedehands Kevertje keihard dicht en opent het poortje van de tuin om gauw naar binnen te lopen. Haar man Ton zit met een krant voor de TV.
‘Die buurvrouw,’ barst Greet los, ‘de manier waarop ze haar auto parkeert, ik kan er amper bij. Zo onbeschoft.’ Er is iets aan die Isis, ze deugt niet. Jammer dat we zo dicht bij haar in de buurt wonen. Volgens mij is ze een heks!’
‘Hoe kom je daar nou bij?’ zegt Ton lachend.
‘De moderne heksen zijn niet oud of lelijk. Ze zijn arrogant, kleden zich goed en rijden in dure auto’s. Dat komt omdat ze de aandacht naar zichzelf willen trekken. Ze houden van zichzelf en niet van God. Vind je het normaal hoe deze mensen leven? Deze vrouw heeft demonen die zorgen voor welvaart. Die man staat duidelijk onder een soort betovering.’
‘Iedereen zit wel ergens onder,’ moppert Ton.‘Ik zit ook behoorlijk onder de plak, anders zou ik niet luisteren naar zoveel onzin.’
Greet gaat onvermoeibaar door. ‘Gisteravond hoorde ik haar in de tuin allerlei rare spreuken zeggen. Het is dat die muur zo hoog is, anders had ik een trappetje tegen de muur gezet. Als we heksen zien, dan is het onze plicht om er iets aan te doen.’

Lees hoofdstuk 1